Jeugdbescherming en jeugdreclassering Regio Zuid-Limburg 2027

De Gemeente Maastricht is verantwoordelijk voor het organiseren van jeugdbescherming en jeugdreclassering voor kinderen en jongeren in de regio Zuid-Limburg die dat volgens een besluit van de kinderrechter nodig hebben. Vanuit de rol van centrumgemeente voor Zuid-Limburg verleent de Gemeente Maastricht hiervoor subsidie aan instellingen die gecertificeerd zijn om deze trajecten uit te voeren. Voor aanvragen voor het jaar 2027 en verder worden de volgende regels gehanteerd.

Voor wie?

De subsidie is bedoeld voor Gecertificeerde Instellingen (hierna: GI's). Deze doelgroep wordt voor de uitvoering verdeeld in drie subgroepen:

  1. Reguliere uitvoering jeugdbescherming en jeugdreclassering.
  2. Jongeren met een (lichte) verstandelijke beperking.
  3. Jongeren zonder vaste woon- of verblijfplaats, met een bepaalde culturele en/of godsdienstige achtergrond en complexe gezinssystemen.
     

Waarvoor?

De subsidie wordt verstrekt voor het uitvoeren van activiteiten zoals opgenomen in bijlage 1 van de subsidieregeling. De subsidiabele activiteiten dienen te worden uitgevoerd binnen de volgende kaders:

  • Internationaal Verdrag inzake de rechten van het Kind (IVRK).
  • Jeugdwet.
  • Normenkader ten behoeve van certificering van uitvoerende organisaties voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering;
  • Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming.
  • De geldende, van toepassing zijnde beroepscode(s).
  • Het kwaliteitskader en de prestatiebeschrijvingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering.
  • De Wet toetreding zorgaanbieders, en de vereisten zoals opgenomen op jaarverantwoording zorg.  

Voorwaarden en verplichtingen

Voorwaarden om voor subsidie in aanmerking te komen zijn:

  1. De GI is, al dan niet in samenwerking met een onderaannemer, in staat om alle in artikel 3, tweede lid, genoemde subsidiabele activiteiten uit te voeren.
  2. De GI of een vaste onderaannemer beschikt over professionals met specifieke expertise ten aanzien van:
    a:  de reguliere uitvoering van jeugdbescherming en jeugdreclassering; 
    b:  jongeren met een (lichte) verstandelijke beperking; 
    c: jongeren zonder vaste woon- of verblijfplaats, met een bepaalde culturele en/of godsdienstige achtergrond en een complex gezinssysteem.

Verplichtingen bij uitvoering van maatregelen

  1. De GI zorgt bij de uitvoering van jeugdbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering voor afstemming met de lokale toegang vóór de start, tijdens én bij afsluiting van de maatregel. Daaronder vallen in ieder geval:
    a:  de gemeentelijke werkwijze bij de inzet van jeugdhulp;
    b:  een warme overdracht bij op- en afschaling van hulp; 
    c: afstemming over een toekomstplan uiterlijk achttien maanden vóór de 18e verjaardag van de jeugdige; 
    d: monitoring en evaluatie van jeugdhulpdoelen met cliënt en aanbieder;
    e: kostenbewust handelen bij de inzet van jeugdhulp;
    f: tijdige voorbereiding bij spoedeisende hulp en het vervolg daarop:
            i: inzet van door de gemeente gecontracteerde voorzieningen; 
          ii: inzet van niet-gecontracteerd aanbod uitsluitend in uitzonderlijke gevallen en in overleg met de gemeente.
  2. Bij beëindiging van de subsidie of maatregel draagt de GI zorg voor een warme overdracht en  passende nazorg. 
  3. De GI werkt tijdens de uitvoering volgens de werkwijze 1Gezin 1Plan 1Regisseur, als bedoeld in artikel 1.
  4. De GI voert haar taken uit conform de kaders, uitgangspunten en werkwijzen zoals vastgelegd in het KKPB, zoals van toepassing op het moment van uitvoering, en past deze consistent toe binnen alle subsidiabele activiteiten.

Verplichtingen ten aanzien van organisatie en werkprocessen

  1. De GI heeft werkprocessen ingericht om wachttijden te voorkomen. Indien er wachttijden ontstaan of geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar is, stemt de GI dit tijdig af met het betrokken college. 
  2. De GI onderneemt aantoonbaar actie om wachttijden structureel te voorkomen. 
  3. Voor een voorgenomen instroomstop geldt dat deze ten minste twee weken van tevoren bij het college moet worden gemeld. 
  4. De organisatie is zodanig ingericht dat zoveel mogelijk een vaste medewerker beschikbaar is voor de jeugdige en diens gezin gedurende de maatregel.
  5. De GI levert per kwartaal monitoringsinformatie aan als bepaald in artikel 22. 

Samenwerkingsverplichtingen GI en gemeente

De GI en de gemeente leggen samenwerkingsafspraken vast zoals bedoeld in artikel 3.1, vijfde lid, en artikel 3.5, derde lid, van de Jeugdwet. Deze afspraken bevatten in elk geval:

  1. De uitvoeringspunten uit artikel 5 van deze regeling.
  2. Deelname aan uitvoerings-, beleids- en bestuurlijk overleg.
  3. Afspraken over evaluatie en opvolging van samenwerking:
    a: uitvoering van het normenkader, waaronder:  gedeelde begrippen (zoals systeemgericht werken en veiligheid); 
    b: samenwerking bij verhuizingen van jeugdigen; 
    c: afstemming bij inzet van jeugdhulp.

Wanneer uiterlijk indienen?

  1. In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de ASV kan een aanvraag om subsidie op grond van deze subsidieregeling worden ingediend bij gemeente Maastricht voor uiterlijk 1 augustus van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft. 
  2. Het college kan jaarlijks een afwijkende aanvraagtermijn vaststellen en publiceren, bijvoorbeeld indien dit nodig is vanwege planning, bestuurlijke afstemming of landelijke ontwikkelingen. 

Hoogte van de subsidie

  1. De hoogte van de subsidie wordt bepaald naar rato van de werkelijke uitvoeringsduur, door het in bijlage 1 vastgestelde tarief per activiteit (p) te vermenigvuldigen met het aantal geleverde eenheden (q). 
  2. De in bijlage 1 genoemde tarieven zijn landelijke tarieven, uitgedrukt in het prijspeil van het kalenderjaar 2026. 
  3. De in het eerste lid bedoelde tarieven worden jaarlijks geïndexeerd. De indexering bestaat voor 90% uit de OVA-index voor personele kosten en voor 10% uit de PPC-index voor materiële kosten. 
  4. Er vindt een voorlopige én een definitieve indexering plaats. Het tarief voor het betreffende subsidiejaar (=t) wordt gebaseerd op de voorlopige indexering voor dat jaar; het effect van de definitieve indexering van jaar t wordt verwerkt in het tarief van t+1. 

Meesturen?

Bij een subsidieaanvraag stuurt u onderstaande gegevens mee. Voor meer informatie hierover zie artikel 9 van de subsidieregeling. 

Aanvraag

  1. De subsidieaanvraag bevat, onverminderd het bepaalde in artikel 6 van de ASV in ieder geval: 
    a: een beschrijving van de activiteiten, in samenhang met de doelgroep, waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Hierbij wordt in ieder geval aangegeven voor welke doelgroep, als bedoeld in artikel 3, subsidie wordt aangevraagd;
    b: een prognose per doelgroep, gebaseerd op het aantal verrichte activiteiten in het voorgaande jaar, met een inschatting van het aantal te verrichten activiteiten als bedoeld in artikel 3. Deze prognose sluit in eenheden aan op de eenheden vermeld in bijlage 1; 
    c: een plan van aanpak en/of meerjarenplan met concrete doelstellingen, waarin de wijze waarop de subsidieaanvrager bijdraagt aan de volgende inhoudelijke thema’s dient te worden beschreven: 
       i: het normenkader Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, als bedoeld in artikel 1;
      ii: het kwaliteitskader Jeugdbescherming, als bedoeld in artikel 1;
     iii: werving, selectie en behoud van personeel (arbeidsmarktproblematiek); 
      iv: de werkwijze 1G1P1R, als bedoeld in artikel 1; 
     iiv: de visie gefaseerd samenwerken aan veiligheid, als bedoeld in artikel 1;
       v: de aansluiting op het jeugdhulpstelsel van de jeugdzorgregio’s waar deze subsidie betrekking op heeft;
      vi: de samenwerking met ketenpartners bij het verkorten van doorlooptijden en de duur van maatregelen (zo lang als nodig, zo kort als mogelijk); 
    viii: het versterken van de samenwerking met lokale teams bij de inzet van jeugdhulp, zowel bij op- en afschalen van hulp, voor jeugdigen waar deze subsidieregeling betrekking op heeft.
     ix: monitoring en evaluatie van jeugdhulpdoelen met cliënt en aanbieder. 
  2. De GI die voor de eerste maal subsidie aanvraagt, voegt aanvullend de volgende documenten toe: 
    a: een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten, evenals het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar; 
    b: een actieplan waarin de GI uiteenzet op welke wijze zij zich wapent tegen omstandigheden, waaronder capaciteitsproblemen, die de organisatie kwetsbaar maken voor discontinuïteit van de dienstverlening, en hoe de continuïteit en wendbaarheid worden geborgd; 
    c: een exitplan waarin de GI uiteenzet hoe bij volledige of gedeeltelijke beëindiging van gesubsidieerde activiteiten – bijvoorbeeld door surseance van betaling of faillissement de continuïteit van de wettelijke taken wordt gewaarborgd tot overdracht aan een andere GI. Dit plan bevat in elk geval:
       i: hoe de activiteiten worden voortgezet totdat overdracht heeft plaatsgevonden aan een GI die in opdracht van het college de activiteiten overneemt; 
      ii: hoe de overdracht van werkzaamheden wordt gefaciliteerd, inclusief het aanleveren van alle voor zorgcontinuïteit benodigde administratieve ondersteuning; 
     iii: hoe het betrokken personeel kan worden overgenomen door de opvolgende GI; 
     iv: hoe bestaande hulpverleningsrelaties tussen medewerkers van de GI en jeugdigen of ouders zo veel mogelijk worden voortgezet.

Contact

  • Heeft u inhoudelijke vragen? 
    Neem dan contact op met de strategisch beleidsmedewerker Bo Pirovano via 06  42 87 85 49 of b.pirovano [at] heerlen.nl (b[dot]pirovano[at]heerlen[dot]nl)
  • Heeft u vragen over de procedure? 
    Dan kunt u contact opnemen met de subsidieverlener Sanne Pecasse via 06 46 81 95 29 of Sanne.Pecasse [at] maastricht.nl (Sanne[dot]Pecasse[at]maastricht[dot]nl).